Je bekijkt nu Alle (Overheids)maatregelen vanwege coronavirus incl. maatregelen

Alle (Overheids)maatregelen vanwege coronavirus incl. maatregelen

Welke overheidsmaatregelen zijn genomen?

De diverse overheidsmaatregelen zijn opgesplitst in twee categorieën:
a. Welke maatregelen zijn genomen om het Cornavirus tegen te gaan en
b. Welke financiële maatregelen heeft de overheid genomen om het bedrijfsleven te ondersteunen?

Ad a.
De anderhalve meter blijft in heel veel situaties van kracht. Daarnaast zijn er ook aanvullende regels opgesteld waar we ons aan moeten houden. Voor een volledig overzicht verwijzen wij graag naar: https://www.kvk.nl/corona/het-coronavirus-overzicht-maatregelen/.

Diverse regelingen

  1. Compensatieregeling voor getroffen branches (TOGS: Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19) 

Er is een compensatieregeling met passende maatregelen voor branches die het meest te lijden hebben onder de getroffen gezondheidsmaatregelen. Bijvoorbeeld de horeca, de transportsector, evenementensector en de reis- en toerismebranche. Het kabinet heeft het aantal branches die hiervoor in aanmerking komen recentelijk uitgebreid. Zie voor een dagelijkse update: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/tegemoetkoming-schade-covid-19.

Hoort uw onderneming bij die sectoren die het meest zijn geraakt door de Kabinetsmaatregelen rond het coronavirus (COVID-19)? Lijdt u schade door de noodgedwongen sluiting, de inperking van bijeenkomsten en/of het negatieve reisadvies buitenland? Dan kunt u via de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (TOGS) een eenmalige belastingvrije tegemoetkoming van € 4.000 ontvangen. Ondernemers zijn vrij in het doel van besteding. De regeling betreft een gift en is voor de eerste nood voor de komende drie maanden.

Nevenactiviteiten

Ondernemers kunnen vanaf 29 april 2020 ook op basis van hun in het Handelsregister geregistreerde nevenactiviteit aanspraak maken op de regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19. De uitbreiding betreft ondernemers die geen aanspraak kunnen maken op de TOGS-regeling met hun geregistreerde hoofdactiviteit, terwijl dit wel het geval zou zijn op basis van hun geregistreerde nevenactiviteit. Na analyse van de meldingen vanuit ondernemers bij RVO hierover, blijkt dat deze geregistreerde nevenactiviteit soms beter aansluit op de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten. Een vereiste is wel dat de ondernemer uitsluitend op basis van de geregistreerde nevenactiviteit voldoet aan de minimumvereisten qua omzetverlies en de vaste lasten (beiden € 4.000). De regeling is te vinden via rvo.nl/togs.

2de noodpakket TOGS

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) regeling is geopend
Minimaal € 1.000 tot maximaal 50.000 euro per 4 maanden

De regeling TVL is specifiek gericht op mkb-ondernemers die door de coronacrisis veel omzet verliezen en daardoor in de problemen komen met het betalen van hun vaste lasten. Het is dus een compensatie voor een deel van de vaste lasten. Onder vaste lasten wordt o.a. verstaan huur, pacht, onderhoud, verzekeringen, leasecontracten, abonnementen. Loonkosten horen hier niet bij. Die worden deels gecompenseerd door de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). De belastingvrije tegemoetkoming van minimaal € 1.000 en maximaal € 50.000 is voor bedrijven die meer dan 30% van hun omzet hebben verloren door de coronacrisis. Deze tegemoetkoming is voor de periode van 1 juni tot 1 oktober 2020.
Aanvragen kan vanaf 30 juni 2020 tot en met 30 oktober 2020 bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Voor wie is deze regeling?

Ondernemers die voor de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS) in aanmerking kwamen, kunnen ook gebruikmaken van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Deze sectoren staan op de lijst met vastgestelde SBI-codes.

Waaruit bestaat de TVL?

De tegemoetkoming wordt gebaseerd op het totale omzetverlies. Je berekent de hoogte van de subsidie door je normale omzet (omzet van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019) te vermenigvuldigen met het verwachte omzetverlies in procenten. De uitkomst vermenigvuldig je met het percentage vaste lasten. (RVO rekent met een vast percentage aan vaste lasten per sector). Deze uitkomst moet minimaal € 4.000 zijn. De subsidie is 50% van de uitkomst, dus:
normale omzet  x  omzetverlies in %  x  aandeel vaste lasten in %  x  50%  =  hoogte subsidie.

Bedrijven die tussen 1 april en 15 november 2019 zijn gestart, gebruiken de omzetcijfers van de eerste 4 maanden na hun startdatum voor de berekening van hun normale omzet. Bedrijven die tussen 15 november 2019 en 1 maart 2020 zijn gestart, berekenen hun omzet vanaf hun startdatum tot 15 maart 2020. Dit bedrag delen zij door het aantal maanden dat ze in bedrijf zijn en vermenigvuldigen dit met 4.

Voorwaarden

Er zijn voorwaarden waar ondernemingen aan moeten voldoen om aanspraak te maken op de regeling:

  • Het bedrijf valt onder de definitie van midden- en kleinbedrijf (mkb).
  • Het bedrijf heeft meer dan 30% omzet verloren door de coronacrisis.
  • Het bedrijf heeft in de periode juni tot en met september 2020 minimaal € 4.000 vaste lasten. Hiermee wordt de uitkomst van de berekening normale omzet x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % bedoeld. Je rekent met het gemiddelde percentage in je sector en niet met je werkelijke vaste lasten.
  • De SBI-code van het bedrijf staat op deze lijst met vastgestelde SBI-codes.
  • Voor bepaalde SBI-codes gelden nadere eisen.
  • Het bedrijf heeft een fysieke vestiging in Nederland en is voor 15 maart 2020 opgericht en ingeschreven in het KVK Handelsregister.
  • Het bedrijf heeft zich na 15 maart 2020 niet met terugwerkende kracht ingeschreven in het Handelsregister of de SBI-code aangepast om in aanmerking te komen voor TVL.
  • Minstens 1 vestiging van het bedrijf heeft een ander adres dan het privéadres. Of de vestiging staat los van de privéwoning en heeft een eigen opgang of toegang.
  • Het bedrijf is niet failliet en heeft op 31 december 2019 of daarna geen uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank.
  • Als het bedrijf TVL aanvraagt voor een nevenactiviteit, dan moet de omzet in de periode van 1 juni tot 30 september 2019 en het geschatte omzetverlies in juni tot en met september 2020 alleen gaan over die nevenactiviteit.

TVL 2

De TVL die voorziet in een tegemoetkoming voor vaste lasten, is met aangepaste voorwaarden, verlengd tot eind juni 2021. Om de verlenging te bekostigen is € 600 miljoen uitgetrokken. De looptijd wordt ingedeeld in 3 periodes van 3 maanden, waarvoor afzonderlijk een aanvraag gedaan moet worden bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). RVO maakt binnenkort bekend wanneer TVL 2 kan worden aangevraagd, dus voor de periode tot en met 31 december 2020.

Wie vanaf januari opnieuw steun nodig heeft, kan een nieuwe aanvraag doen voor de periode januari t/m maart 2021. De laatste periode omvat de maanden april t/m juni. Het omzetverlies wordt vastgesteld door de maanden waarvoor de aanvraag geldt te vergelijken met diezelfde maanden in 2019. Dat geldt voor alle aanvraagperiodes.

Regeling wordt stapsgewijs afgebouwd. Vanaf 1 januari 2021 wordt namelijk de grens voor omzetverlies stapsgewijs verhoogd. Tot 31 december 2020 geldt de huidige grens van minimaal 30% omzetverlies. De nieuwe grenspercentages worden later nog bekendgemaakt.

Om aanspraak te maken op de TVL moet u minimaal € 3.000 aan vaste lasten hebben in 3 maanden. In het tweede steunpakket was dat € 4.000 in 4 maanden.  Het maximale bedrag wat u aan subsidie kunt ontvangen is verhoogd van € 50.000 naar € 90.000.  De overige voorwaarden blijven van kracht.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Niet iedereen is geholpen met alle maatregelen die het kabinet tot op heden genomen heeft. Er blijven mensen tussen wal en schip vallen. Bijvoorbeeld zij die geen of onvoldoende aanspraak kunnen maken op de bestaande sociale zekerheid of andere regelingen in het steunpakket. Via de gemeenten – het uitvoerend orgaan voor deze regeling – wordt extra hulp geboden voor tijdelijke ondersteuning van noodzakelijke kosten als deze door inkomensterugval niet meer betaald kunnen worden. Het kan gaan om zelfstandigen die veel van hun opdrachten zien verdwijnen en vanwege de partnertoets of het uren-criterium geen aanspraak maken op de Tozo. Maar ook om werknemers die vanwege quarantaine inkomsten mislopen. Het kabinet verwacht 1 februari 2021 klaar te zijn met de uitwerking met gemeenten.

 

  1. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW)

1ste noodpakket NOW 1

Waaraan moet je als onderneming voldoen om gebruik te maken van de NOW en wat zijn de regels:

  • een omzetverlies verwachten van tenminste 20%
  • aanvraag indienen bij het UWV voor tegemoetkoming loonkosten voor een periode van 3 maanden (met een eenmalige verlenging van nog eens 3 maanden). De tegemoetkoming bedraagt maximaal 90% van de loonsom, maar is wel afhankelijk van het omzetverlies. De tegemoetkoming bedraagt:
  • 90% van de loonsom als 100% van uw omzet wegvalt
  • 45% van de loonsom als 50% van uw omzet wegvalt
  • 22,5% van de loonsom als 25% van uw omzet wegvalt.
  • Het UWV betaalt een voorschot van 80% van de gevraagde tegemoetkoming
  • Er mogen in de subsidieperiode geen medewerkers (in beginsel ook geen flexibele krachten) worden ontslagen om bedrijfseconomische redenen en
  • U moet 100% loon doorbetalen
  • Voor grote aanvragen boven een nog nader te bepalen omvang van de tegemoetkoming is een accountantsverklaring vereist.
  • Er wordt gerekend voor wat betreft omzetverlies vanaf 1 maart 2020.

Bepalen hoogte van de omzet
Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, moeten werkgevers eerst hun totale omzet uit 2019 delen door vier. Zij vergelijken dat vervolgens met de omzet in maart-april-mei 2020. Maar soms is uitblijvende klandizie pas later terug te zien in de omzetdaling. Daarom kunnen werkgevers ook een periode aangeven voor de omzetvergelijking die één of twee maanden later start. Als een bedrijf uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) bestaat die samen een concern vormen, wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden. Anders kan de organisatie van het concern grote invloed hebben op de hoogte van de subsidie.

Loonsom inclusief werkgeverslasten
Voor de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt het UWV automatisch over. Het UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde sociale verzekeringsloon. Hier komt voor alle bedrijven dezelfde opslag van 30 procent bovenop voor werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Er zit daarnaast een maximum aan het loon per werknemer van € 9538,- per maand. Salaris boven dit bedrag wordt niet gecompenseerd.

De loonsom in de subsidieperiode wordt vergeleken met de loonsom van januari zoals bekend bij de Belastingdienst. Als die ontbreekt, wordt de loonsom van november 2019 genomen. Om calculerend gedrag te voorkomen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die na 15 maart zijn doorgegeven, voor deze regeling niet meegenomen. Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte blijven doen bij de Belastingdienst. Als blijkt dat de loonsom over de maanden maart-april-mei lager is, wordt de hoogte van de subsidie verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald.

Flexwerkers
Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de loonsom waarvoor subsidie ontvangen kan worden. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. Het kabinet roept werkgevers samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties op om, indien mogelijk, flexwerkers door te betalen. Als de loonsom krimpt omdat er minder mensen doorbetaald worden, daalt de tegemoetkoming mee.

Aanvragen, voorschot en uitbetalen
Het loket bij het UWV is open. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Werkgevers geven bij de aanvraag de verwachte omzetdaling op. Als UWV positief oordeelt, keert het UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in drie termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag, al verwacht het UWV dat dit voor de meeste bedrijven sneller kan.

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. Vervolgens zal het UWV binnen 22 weken een eindafrekening doen. Die kan hoger of lager uitvallen dan bij de eerste opgave werd verwacht. Bedrijven met acute liquiditeitsproblemen kunnen worden geholpen met de andere maatregelen uit het noodpakket.

 

Twee belangrijke voorwaarden aan deelname NOW

Aan deelname aan de NOW-regeling zijn twee belangrijke voorwaarden verbonden. Het betreft de inspanningsverplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en de voorwaarde om gedurende de periode waarvoor subsidie ontvangen wordt geen ontslagaanvraag te doen wegens bedrijfseconomische omstandigheden.

Ad 1 Inspanningsplicht om loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden

Om in aanmerking te komen voor subsidie wordt verwacht dat de werkgever zich inspant om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en werknemers dus door te betalen. Een daling van de loonsom zal dan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de uiteindelijke subsidie waar de werkgever aanspraak op kan maken. Minder mensen worden dan immers doorbetaald of de hoogte van de loonsom is neerwaarts bijgesteld, dus neemt ook de tegemoetkoming in de loonkosten af.

Ad 2 Geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen

Uitgangspunt van de NOW is dat via deze regeling zoveel mogelijk werkgelegenheidsverlies wordt voorkomen. Daarom wordt van de werkgever verwacht dat hij zich bij de NOW-aanvraag verplicht geen ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover hij de tegemoetkoming ontvangt.

Van de werkgever wordt dan ook verwacht dat hij in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen verzoek doet om toestemming te verkrijgen voor opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. De voorwaarde geldt niet voor ontslagaanvragen die bij het UWV zijn ingediend in de periode van 1 maart tot en met 17 maart. Als toch ontslag wordt aangevraagd en deze aanvraag niet (of niet tijdig) is ingetrokken, wordt bij de vaststelling van de subsidie een correctie doorgevoerd. Bij de vaststelling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt vervolgens verhoogd met 50%. Dit loon plus de vermeerdering van 50% wordt in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat niet-naleving van de voorwaarde om geen ontslag aan te vragen gevolgen heeft voor de hoogte van de subsidie.

 

2de noodpakket NOW 2

Verlenging en aanpassing NOW-regeling

Een ondernemer die minstens 20% omzetverlies verwacht, kan vanaf 6 juli 2020 een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen bij UWV voor juni, juli en augustus. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel doorbetalen. De verlengde NOW-regeling hanteert dezelfde systematiek van tegemoetkoming, maar de nieuwe regeling bevat ook wijzigingen.

a.
Zo wordt de vaste (forfaitaire) opslag verhoogd van 30 naar 40 procent. Daarmee levert de NOW ook een bijdrage aan andere kosten dan de loonkosten. De referentiemaand voor de loonsom wordt maart 2020.

b.
Daarnaast wordt in de al lopende NOW-regeling maart ook als uitgangspunt genomen als de loonsom in de maanden maart-mei hoger is dan in januari-maart. Dit is van belang voor seizoensgebonden bedrijven. Verder mag een bedrijf dat gebruik maakt van de NOW over dit jaar geen winstuitkering aan aandeelhouders doen, geen bonussen aan het bestuur en de directie uitkeren en geen eigen aandelen inkopen.

c.
In de NOW 2.0 blijft de correctie op de subsidie bij ontslag bestaan, maar de subsidie wordt niet meer extra verlaagd bij bedrijfseconomisch ontslag. Bedrijven verklaren bij de nieuwe NOW-aanvraag wel dat zij overleggen met vakbonden als zij voor meer dan 20 medewerkers bedrijfseconomisch ontslag willen aanvragen. Dit sluit aan bij de regelgeving rondom collectief ontslag. Ook blijft de wettelijke bescherming bij ontslag gewoon van kracht.

d.
Werkgevers die de NOW aanvragen, worden verplicht om hun werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te gaan doen. Werkgevers leggen hier bij aanvraag van de NOW 2.0 een verklaring over af. Ter ondersteuning van initiatieven van sociale partners trekt het kabinet daarvoor 50 miljoen euro uit via het crisisprogramma ‘NL leert door’ waarmee mensen vanaf juli kosteloos online scholing en ontwikkeladviezen kunnen volgen om zich aan te passen aan de nieuwe economische situatie.

 

3de noodpakket NOW 3

Verlenging met 9 maanden vanaf 1 oktober 2020 

Het kabinet verlengt vanaf 1 oktober verschillende lopende steunmaatregelen voor ondernemers en werkenden, waaronder NOW 3. Het is een vervolg op de twee eerdere noodpakketten NOW 1 en 2. Het nieuwe pakket loopt tot en met juni 2021 en is gestoeld op drie pijlers: steun, helpen aanpassen en investeren. De NOW 3-regeling (tegemoetkoming in de loonkosten) van negen maanden kent perioden van drie keer drie maanden. In die perioden wordt de NOW geleidelijk afgebouwd, zodat u als werkgever – en uw eventuele werknemers – tijd en ruimte heeft om uw bedrijf aan te passen.

Periode 1, 2 en 3: oktober 2020 t/m juni 2021

De maximale vergoeding in de eerste periode oktober t/m december bedraagt 80%. Het verschil van 10% ten opzichte van de NOW 2 regeling wordt door het kabinet gebruikt voor scholing en voor van-werk-naar-werk-trajecten. In de tweede periode januari t/m maart bedraagt het vergoedingspercentage 70% en in de derde periode april t/m juni 60%.

Aanpassingen loonkosten en vaste opslag werkgeverslasten

In deze bovengenoemde drie perioden krijgt u de mogelijkheid uw loonkosten aan te passen, door bijvoorbeeld natuurlijk verloop van werknemers, door beëindiging arbeidscontracten of door in overleg een vrijwillig loonoffer te vragen van uw werknemers. Zo kunt u uw loonkosten wellicht beter laten aansluiten bij de te verwachten omzet. Overigens gaat dit stapsgewijs.
In de eerste periode kunt u maximaal 10% van de loonsom aanpassen, in de tweede periode 15% en in de derde periode 20%.
De extra korting op bedrijfseconomisch ontslag uit het NOW 2 noodpakket vervalt. De vaste opslag voor de werkgeverslasten, zoals vakantiegeld en pensioenpremies, blijft 40%.

Omzetverlies

In de tweede en derde periode wordt het minimale omzetverlies verhoogd van 20% naar 30%, dus vanaf 1 januari 2021. Zodoende richt de ondersteuning zich meer op zwaarder getroffen bedrijven.

Scholing

De verplichting voor werkgevers die NOW aanvragen om hun medewerkers te stimuleren aan scholing te doen, blijft bestaan.

Dividend en bonussen

Het verbod op het uitkeren van dividend en bonusuitkeringen blijft tevens bestaan.

Wat wordt er vergoed aan loon?

Het maximaal te vergoeden loon blijft twee maal het maximale dagloon in de eerste twee perioden. Dat komt neer op € 9.538 per maand. In de derde periode (april t/m juni 2021) wordt dit verlaagd naar maximaal eenmaal het maximum dagloon. Net als bij de NOW 1 en 2 regeling ontvangt u na de aanvraag een voorschot van 80% van het subsidiebedrag en bij de vaststelling de overige 20%.

Wanneer aanvragen

Werkgevers kunnen vanaf 16 november de eerste periode van de NOW 3: oktober t/m december 2020 aanvragen bij het UWV. Voor elk tijdvak kunt u beslissen of u wel of geen aanvraag wilt doen. Ook als u geen aanspraak heeft gemaakt op de NOW 1 of NOW 2 kunt u gebruik maken van de NOW 3 regeling.

NOW aanvraag 3de periode verlengd

Het aanvragen van een tegemoetkoming voor de eerste en tweede aanvraagperiode is niet meer mogelijk. Voor de derde aanvraagperiode kunt u nog tot en met 27 december 2020 een tegemoetkoming aanvragen. Door de nieuwe coronamaatregelen die het kabinet op 14 december 2020 heeft aangekondigd, is de aanvraagtermijn voor deze derde periode verlengd. Informatie over de tegemoetkoming voor de vierde en vijfde aanvraagperiode volgt nog door het kabinet.

 

  1. Eenvoudiger lenen met overheidsgarantie voor het mkb

Hebt u een gezond toekomstperspectief maar bent u in liquiditeitsproblemen gekomen door het Coronavirus, dan kunt u tijdelijk (tot 1 april 2021) onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de verruimde Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Met deze regeling staat de overheid voor een deel borg voor bedrijven die een lening willen afsluiten, in de situatie dat bijvoorbeeld de bank onvoldoende zekerheden heeft verkregen. De tijdelijke verruiming van deze regeling houdt in dat de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB wordt verhoogd van 50% naar 75%. De maximale looptijd is verruimd naar 4 jaar. De aflossing vindt lineair plaats of ineens aan het einde van de looptijd. Er is een mogelijkheid om per maand of kwartaal af te lossen. Dat verschilt per financier. U betaalt 3,9% garantieprovisie aan de staat bij het aangaan van een BMKB financiering. In dat geval van een rechtspersoon dient de meerderheidsaandeelhouder een borgstelling af te geven van 10%. Waar vraagt u dit aan: bij uw bank of financier.  De toegang tot de BMKB wordt overigens laagdrempeliger: er kan behalve via een uitgebreide liquiditeitsprognose ook worden gekeken via een omzettoets.

 

  1. Rentekorting microkredieten Qredits

Qredits financiert kleine en startende ondernemers. Hebt u een microkrediet afgesloten, dan geeft Qredits zes maanden uitstel van aflossing vanwege de coronacrisis. Bovendien wordt de rente in deze periode verlaagd naar 2%. Het kabinet stelt hiervoor maximaal € 6 miljoen beschikbaar.

 

  1. Financiering

Banken werken actief mee aan het verstrekken van een overbruggingsfinanciering, eventueel met gebruikmaking van de Borgstellingsregeling MKB (BMKB). De voorwaarden verschillen per bank.
Hoe zien die voorwaarden eruit?

  • Ondernemers moeten overige steunmaatregelen hebben aangevraagd vanwege hun liquiditeitspositie, zoals Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) en uitstel van belastingbetaling.
  • Aflossingen op financiering worden stopgezet voor een periode van maximaal 6 maanden voor kleinere ondernemingen met een financiering tot 2,5 miljoen. Dat hebben ABN Amro, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos in gezamenlijkheid besloten. ABN Amro zet automatisch de aflossingen stop en ook de rente. Bij de Rabo moet u zelf actie ondernemen.
  • Heeft uw onderneming een financiering hoger dan 2,5 miljoen dan moet u zelf contact opnemen met de bank om te bespreken wat mogelijk is.
  • Neem sowieso contact op met de bank want de werkwijze kan verschillen.

PS:
ABN Amro heeft zojuist (27 maart) besloten de grens van de regeling te verhogen van 2,5 miljoen naar 50 miljoen euro.

 

  1. Fiscale maatregelen

Uitstel van betaling van belasting wordt eenvoudiger

U kunt bij de Belastingdienst een verzoek indienen met motivatie om bijzonder uitstel van betaling voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, de omzetbelasting en de loonheffing, als uw bedrijf door het Coronavirus in acute liquiditeitsproblemen is gekomen. U stuurt het verzoek om uitstel van betaling met motivatie naar: Belastingdienst, Postbus 100, 6400 AC Heerlen. Zodra het verzoek bij de Belastingdienst binnen is, wordt de invordering direct stopgezet. De individuele beoordeling van het verzoek zal later plaatsvinden.

Het aanvragen van uitstel van betaling kan nu ook via de website van de Belastingdienst met een eenvoudig online formulier. Hiervoor logt de ondernemer in met zijn eigen DigiD. Fiscaal dienstverleners die namens hun klanten uitstel willen aanvragen kunnen met hun eigen DigiD gebruik maken van het formulier.

Gecombineerd uitstel voor meer belastingsoorten

De ondernemer hoeft ook nog maar één uitstelverzoek in te sturen. Het uitstel geldt dan niet alleen voor de bestaande belastingschuld, maar ook voor de schulden die er in de 3 daaropvolgende maanden bijkomen. Het blijft wel belangrijk dat ondernemers op tijd aangifte doen en dat zij pas uitstel van betaling aanvragen nadat zij een (naheffings)aanslag van de Belastingdienst hebben ontvangen.

Het uitstel is bovendien uitgebreid naar meer soorten belastingen. Er kon al uitstel worden aangevraagd voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting en omzetbelasting/btw. Daar komt nu bij: kansspelbelasting, accijns, de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken, assurantiebelasting, verhuurderheffing, energiebelasting en andere milieubelastingen en vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland. Voor alle hiervoor genoemde belastingen geldt dit versoepelde uitstelbeleid tot in ieder geval 19 juni 2020. Het digitale uitstelformulier wordt de komende dagen zodanig aangepast dat ook de nieuwe maatregelen hierin komen.

Energiebelasting

Voor de energiebelasting is een aparte regeling getroffen zodat het uitstel ook voordeel oplevert voor afnemers van elektriciteit en aardgas die in de financiële problemen komen, zoals de sierteelt. Dit betekent dat de energieleverancier voor april, mei en juni 2020 geen energiebelasting, opslag duurzame energie of de btw hierover in rekening kan brengen bij bedrijven die maandelijks een factuur ontvangen over het werkelijke verbruik.

Langer uitstel

Iedere ondernemer die vanwege de coronacrisis uitstel aanvraagt, kreeg automatisch al 3 maanden betalingsuitstel. Mogelijk is een betalingsuitstel van 3 maanden voor ondernemers nog te kort. Ondernemers kunnen daarom nu ook ook voor een langere periode uitstel aanvragen. De voorwaarden hiervoor worden versoepeld. Ondernemers met een belastingschuld lager dan €20.000 kunnen vanaf nu langer uitstel krijgen door bewijsstukken te sturen waaruit blijkt dat de omzetcijfers of de bestellingen of reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden.

Verklaring derde

Heeft de ondernemer een schuld hoger dan € 20.000? Dan heeft de Belastingdienst een verklaring nodig van een derde deskundige zoals een accountant of brancheorganisatie. De staatssecretaris wil dit zo eenvoudig mogelijk maken. Binnenkort verschijnt hierover meer informatie op de website van de Belastingdienst.

Deblokkeren g-rekening

Bedrijven die personeel uitzenden, uitlenen of detacheren en g-rekeningen gebruiken, kunnen bij de Belastingdienst verzoeken om het tegoed op deze rekeningen te deblokkeren. In normale situaties kan daarmee alleen het overschot op de g-rekening worden vrijgegeven. Aan ondernemingen die geraakt zijn door de coronacrisis tegemoet te komen, zoals de bouw en de uitzendbranche, kunnen tijdelijk ook bedragen worden vrijgegeven die zijn gereserveerd voor de loonheffing of btw. Als deze ondernemers uitstel van betaling hebben aangevraagd, krijgen deze ondernemers zo dezelfde voordelen als ondernemers zonder g-rekening.

Geen verzuimboetes en verlaging invorderings- en belastingrente

De Belastingdienst zal de komende tijd ook geen verzuimboetes aan u opleggen of zal deze in voorkomende gevallen terugdraaien, in het geval u niet of  tijdig omzetbelasting of loonheffing heeft betaald. De invorderingsrente die de fiscus berekent gedurende de looptijd van het uitstel, wordt vanaf 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Doe wel tegelijk een melding van betalingsonmacht in verband met het niet kunnen betalen van omzetbelasting en loonheffing. Dit voorkomt bestuurdersaansprakelijkheid. Ook kan het zinvol zijn om te beoordelen of u afnemers heeft die door het Coronavirus hun schulden niet meer kunnen betalen. Dan kunt u onder voorwaarden de btw op deze oninbare vorderingen terugvragen.
Bovendien wordt de belastingrente ook tijdelijk verlaagd naar 0,01% voor alle belastingen waarvoor belastingrente is verschuldigd. Voor de vennootschapsbelasting rekent de fiscus normaal 8% en voor de overige belastingen 4%. De tijdelijke verlaging gaat in op 1 juni 2020, behalve voor de inkomstenbelasting. Hiervoor gaat de verlaging in op 1 juli 2020.

Voorlopige aanslagen

Betaalt u belasting in het kader van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting en hebt u te maken met een lagere winst door het Coronavirus? Laat dan uw voorlopige aanslag aanpassen.

Mogelijke stopzetting lokale aanslagen

Het kabinet is in gesprek met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de mogelijkheid om lokale aanslagen aan ondernemers stop te zetten en al opgelegde aanslagen aan bedrijven in te trekken. Het gaat hierbij met name om de toeristenbelasting.

2de noodpakket

Verlenging en uitbreiding fiscale maatregelen

1.
Bijzonder uitstel van betaling

De periode waarin u als getroffen ondernemer bijzonder uitstel van betaling kunt aanvragen, is verlengd tot 1 september 2020. Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen hoeft u niet te betalen. U krijgt bij de eerste aanvraag direct 3 maanden uitstel van betaling.

2.
Uitstel langer dan 3 maanden

Bij een langer uitstel dan 3 maanden moet u verklaren dat u geen dividenden en bonussen uit zult keren of eigen aandelen zult inkopen.

3.
Belastingrente en invorderingsrente

De belastingrente en invorderingsrente voor alle belastingmiddelen zijn tot 1 oktober 2020 verlaagd naar 0,01%.

4.
Andere belastingmaatregelen

Ook andere belastingmaatregelen worden tot 1 september 2020 verlengd. Het gaat hierbij onder meer om het urencriterium voor ZZP’ers, de betaalpauze voor hypotheekverplichtingen en BTW-vrijstellingen.

5.
Naheffingsaanslag BTW-aangifte

De komende dagen ontvangen veel ondernemers een naheffingsaanslag voor de BTW-aangifte. Hebt u nog geen bijzonder uitstel van betaling aangevraagd, maar wilt u dat wel doen, dan kan dat direct na ontvangst van de naheffingsaanslag. De Belastingdienst zal de opgelegde betaalverzuimboete vernietigen. Deze boete hoeft u niet te betalen en u hoeft ook geen bezwaar te maken.

6.
BPM

Vanaf 1 juni wordt het mogelijk om – bij een opgelegde naheffingsaanslag – bijzonder uitstel voor de BPM aan te vragen voor auto’s die zijn verkocht en op naam gesteld over de maand mei.

 

Uitstel van belastingbetaling na 1 oktober 2020

Aanvragen van uitstel of verlenging van het uitstel was mogelijk tot 1 oktober. Daarmee loopt voor alle ondernemers het uitstel uiterlijk op 1 januari 2021 af. Voor het aflossen van de opgebouwde belastingschuld is er een ‘ruimhartige aflossingsregeling’ van 36 maanden (termijnen), vanaf 1 juli 2021. In het voorjaar van 2021 ontvangen ondernemers een brief van de belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling. Voor die aflossingsperiode van 36 termijnen blijft de invorderingsrente op 0,01% staan.

 

  1. Tijdelijke noodregeling zelfstandigen van start, giften tot € 1.050 en € 1.500

De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo) ondersteunt zelfstandige ondernemers, onder wie zzp’ers, met inkomensondersteuning en bedrijfskrediet. De Tozo wordt uitgevoerd door gemeenten en geldt vooralsnog tot 1 juni.

Inkomensondersteuning en bedrijfskrediet

Vanuit de Tozo kunnen zelfstandigen een beroep doen op twee voorzieningen: inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal. De regeling lijkt op de bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Zo zijn de bedragen die worden gehanteerd gebaseerd op het sociaal minimum, het bedrag dat mensen nodig hebben voor levensonderhoud. Onder levensonderhoud vallen kosten zoals boodschappen en huur.

Om inkomensondersteuning te verkrijgen, moet de zelfstandige verklaren dat hij verwacht dat als gevolg van de coronacrisis zijn inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Het inkomen wordt dan maximaal drie maanden aangevuld. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van 1.500 euro netto en voor alleenstaanden tot € 1.050 netto. Het betreft een gift en hoeft dus niet te worden terugbetaald.
Zelfstandigen die meer verdienen dan de bijstandsnorm, of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan bijstandsnorm, krijgen geen aanvulling. Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn is 1.500 euro netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd, conform de regels van de Participatiewet. De regeling geldt vooralsnog tot 1 juni 2020.

Zelfstandig ondernemers die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen, kunnen een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal € 10.157 met een rente van 2%. Deze is binnen vier weken beschikbaar. De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot januari 2021 hoeft niet te worden afgelost.

Versnelde procedure

In vergelijking tot de Bbz bevat de Tozo versoepelde voorwaarden en een versnelde procedure. Een aanvraag voor de Tozo wordt zo veel mogelijk digitaal gedaan en kan binnen vier weken worden afgerond, in plaats van de gebruikelijke 13 weken.

Voorwaarden

De zelfstandig ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat hij verwacht dat als gevolg van de coronacrisis zijn inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit doorgeven aan de gemeente. De versoepeling houdt in dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de levensvatbaarheid van het bedrijf. Daarnaast hebben het vermogen (zoals een spaarrekening en huisbezit) en het inkomen van de partner geen invloed op de tegemoetkoming. De regeling kan op deze manier eenvoudig en snel uitgevoerd worden.

De regeling geldt voor zelfstandig ondernemers, onder wie zzp’ers, die in Nederland gevestigd zijn en hoofdzakelijk in Nederland werken. Daarnaast moeten aanvragers voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek. Dat houdt in dat zij het afgelopen jaar minimaal 1.225 uur per jaar (24 uur per week) als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Werkt een aanvrager korter dan een jaar als zelfstandige, dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt. Tot slot moet een zelfstandige zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voordat deze regeling is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

Het kabinet doet een dringend beroep op zelfstandig ondernemers om alleen gebruik te maken van de regeling als dat echt nodig is. Op die manier moeten misbruik van publieke middelen en onnodige druk op de uitvoering worden voorkomen. Achteraf zal worden gecontroleerd. Gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

2de noodpakket

Voorwaarden aan verlengde overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO)

Tozo 2-regeling per 1 juni

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) krijgt een verlenging van 4 maanden. De verlengde regeling (Tozo 2) loopt van 1 juni tot met 30 september 2020. Tozo 2 heeft enkele aanpassingen ten opzichte van de huidige Tozo:

  1. De partnerinkomenstoets wordt uitgevoerd als u de aanvullende uitkering  levensonderhoud aanvraagt. De partnerinkomenstoets houdt in dat het inkomen van de partner meetelt voor het bepalen van de hoogte van uitkering. Als het huishoudinkomen boven het sociaal minimum komt, kunt u geen aanspraak maken op Tozo 2-uitkering levensonderhoud.
  2. Voor de aanvraag lening bedrijfskapitaal geldt dat u moet verklaren dat er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd of verkregen voor uzelf, uw onderneming of één van de vennoten met wie u samenwerkt. Als dit wel het geval is, komt u niet in aanmerking voor Tozo lening bedrijfskapitaal.

Heeft u nog geen Tozo 1-uitkering? Dan kunt u een Tozo 2 aanvragen bij uw woongemeente. Heeft u al wel een Tozo 1-uitkering, dan kunt u een verkorte aanvraag indienen zodra uw woongemeente de aanvraagprocedure gereed heeft. Houd de website van de gemeente in de gaten voor meer informatie. U dient bij uw aanvraag de (geschatte) hoogte van de inkomens van uzelf en uw partner door te geven en aan te geven of uw situatie sinds uw vorige aanvraag wel of niet veranderd is.

De uitkering levensonderhoud kan worden toegekend over de maanden juni, juli, augustus en september. Heeft u bijvoorbeeld al een Tozo 1-uitkering over de maanden april, mei en juni? Dan kunt u een Tozo 2-uitkering aanvragen voor juli, augustus en september. Heeft u een Tozo 1-uitkering over de maanden juni, juli en augustus, dan heeft u alleen recht op een Tozo 2-uitkering over de maand september.

Waarom zijn de voorwaarden voor Tozo 2 gewijzigd ten opzichte van Tozo?

Naar verwachting kunnen meer zelfstandig ondernemers de komende maanden weer opstarten. Daarnaast wil het kabinet toewerken naar de situatie van na de noodmaatregelen. Daarom is voor deze overgangsfase gekeken naar aanpassing van de voorwaarden.

Het uitgangspunt daarbij is dat de ondersteuning daar terecht moet komen waar die ook het hardst nodig is. Door de invoering van de partnerinkomenstoets worden geen middelen meer verstrekt aan ondernemers met een goed verdienende partner. De verklaring dat geen sprake is van surseance van betaling of een staat van faillissement draagt er aan bij dat publieke middelen op zorgvuldige wijze worden ingezet, doordat het risico dat de lening niet kan worden terugbetaald en de ondernemer verder in de schulden komt wordt voorkomen.

 

  1. Pensioenregeling tijdelijk versoberen in overleg met werknemers

In verband met noodzakelijke kostenbesparing kunt u in overleg met uw medewerkers gezamenlijk besluiten tot een (tijdelijke) aanpassing van de pensioenregeling. U moet aantonen dat u een ‘zwaarwichtig belang’ heeft bij de wijziging, waarvoor het belang van werknemers moet wijken. Als de continuïteit van uw onderneming in gevaar komt vanwege de coronacrisis, is uw belang als zwaarwegend te bestempelen. Doch, goed overleg met uw werknemers blijft noodzakelijk.

 

  1. Cruciale beroepen houden recht op kinderopvang

Het kabinet heeft aangegeven dat ouders of verzorgenden die werkzaam zijn in een vitaal beroep de komende periode op hun eigen school of opvang gebruik kunnen maken van de kinderopvangmogelijkheden. Het gaat hier om de beroepsgroepen die in verband met het Coronavirus vragen om continue bezetting, zoals de zorgsector, het openbaar vervoer, de media, transport van brandstof, hulpverleningsdiensten en de overheid. Door de maatregel kunt – als u een vitaal beroep uitoefent  – zich blijven inspannen om de samenleving draaiende te houden. Voldoende is dat een van beide ouders werkzaam is in een vitaal beroep. Ook beroepen in de voedselketen, defensie, waterschaps-, gasvoorziening, electra worden gerekend tot de vitale beroepen.

 

  1. Hoe gaan we om met contractuele verplichtingen

Door financiële gevolgen van de coronacrisis zullen zakelijke relaties onder druk komen te staan. Het aantal conflicten zal hoogstwaarschijnlijk toenemen met rechterlijke procedures tot gevolg. De financiële lasten willen we nu eenmaal niet alleen dragen. De vraag is echter of deze juridische weg wel de juiste weg is. Want iedereen beroep zich op overmacht, wat overigens voor iedereen begrijpelijk is. Toch lijkt ons de weg van overleg meer aan te bevelen, als u uw zakelijke relatie in stand wenst te houden. Door met elkaar in gesprek te blijven oogst u waarschijnlijk meer begrip en compassie dan via de juridische weg. Als onafhankelijk gesprekspartner kan ik hierin een rol voor u vervullen.

 

  1. Informatie vanuit officiële instanties

Overheidswebsites en de Kamer van Koophandel geven vanuit verschillende invalshoeken informatie over de huidige situatie waarin we terecht zijn gekomen. De belangrijkste hebben wij voor u hierna weergegeven. De Kamer van Koophandel behandelt in heldere bewoordingen veel overige ondernemersvragen, zoals personele zaken. Het lijkt ons niet zinvol dit over te doen, maar er naar te verwijzen. Uiteraard kunt u daarover te allen tijde raadplegen.

Kamer van Koophandel: www.kvk.nl/corona/veelgestelde-ondernemersvragen-over-corona/

Rijksoverheid: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19

RIVM: www.rivm.nl/coronavirus/covid-19

 

Geef een antwoord